Begrippenlijst
De begrippen rond graf, uitvaart en natuurbegraven, in gewone taal uitgelegd.
- Algemeen graf
- Graf waarin de houder van de begraafplaats bepaalt wie er wordt begraven, vaak naast onbekenden. Er is geen rechthebbende. Het graf wordt uitgegeven voor een vaste termijn uit de verordening, minimaal de wettelijke grafrust van tien jaar, en kan meestal niet worden verlengd.
- Asbestemming
- Wat er met de as na een crematie gebeurt, zoals verstrooien, bijzetten in een urnengraf of urnennis, thuis bewaren of verdelen. Het crematorium bewaart de as minimaal een maand. De opdrachtgever van de crematie beslist, naar de (vermoedelijke) wens van de overledene.
- Asbus
- Gesloten bus waarin het crematorium de as bewaart, voorzien van naam en registratienummer. De asbus kan in een sierurn worden geplaatst, worden bijgezet of worden meegegeven aan de opdrachtgever.
- Begrafenisexecuteur
- Iemand die in een testament alleen is aangewezen om de uitvaart te regelen, zonder de nalatenschap te beheren. In de praktijk is dit meestal een onbezoldigde taak.
- Beheersverordening
- Gemeentelijke regeling met de regels voor een gemeentelijke begraafplaats, zoals de termijnen van grafrechten, overschrijving, verlenging, ruimen en gedenktekens. Gemeentelijke verordeningen zijn online te vinden via lokaleregelgeving.overheid.nl.
- Bijzetten
- Het begraven van een overledene in een graf waarin al iemand ligt, of het plaatsen van een asbus in een graf, urnengraf of urnennis. In een particulier graf is daarvoor toestemming van de rechthebbende nodig.
- Bijzondere begraafplaats
- Begraafplaats die niet van de gemeente is, maar van een kerkgenootschap, een andere rechtspersoon of een natuurlijk persoon. Kerkhoven, joodse en islamitische begraafplaatsen en natuurbegraafplaatsen zijn vaak bijzondere begraafplaatsen. Zij werken met een eigen reglement.
- BRANA
- Branchevereniging voor natuurbegraafplaatsen in Nederland. Zij werkt met een gedragscode, criteria en certificering. Een wettelijk keurmerk voor natuurbegraafplaatsen bestaat niet.
- Codicil
- Eigenhandig geschreven, gedateerd en ondertekend stuk waarin iemand bepaalde zaken regelt, zoals de bestemming van persoonlijke spullen. Een executeur kan niet in een codicil worden benoemd; daarvoor is een testament nodig.
- Crematie
- Lijkbezorging door verbranding van het lichaam in een crematorium. Net als begraven mag dit niet eerder dan 36 uur na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag, tenzij er toestemming is voor een andere termijn.
- Eeuwigdurend graf
- Ander woord voor een graf voor onbepaalde tijd. Het woord eeuwig staat niet in de wet. Het grafrecht heeft geen einddatum, maar kan vervallen bij kennelijke verwaarlozing of, volgens veel verordeningen, als het na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig wordt overgeschreven.
- Eeuwige grafrust
- Gangbare term voor de belofte dat een graf nooit wordt geruimd. Juridisch gaat het om een grafrecht voor onbepaalde tijd, aangevuld met afspraken over beheer. Ook zo'n recht kan vervallen, bijvoorbeeld bij kennelijke verwaarlozing.
- Executeur
- Persoon die in een testament is benoemd om de nalatenschap af te wikkelen. Een executeur met beheer beheert de goederen en betaalt de schulden, waaronder de kosten van de uitvaart.
- Funerair conservator
- Iemand die zich inzet voor het behoud van graven en grafmonumenten. Bij Grafrust.nl gaat het om het overnemen van grafrechten die dreigen te vervallen, het verlengen van koopgraven voor bepaalde tijd en het regelen van onderhoud.
- Funerair erfgoed
- Begraafplaatsen, grafmonumenten en rouwcultuur met cultuurhistorische waarde. Sommige gemeenten houden een lijst bij van waardevolle graven, zodat die niet zonder onderzoek worden geruimd.
- Gedenkteken
- Grafsteen, monument of ander teken op een graf. Alleen de rechthebbende kan toestemming of een vergunning voor een gedenkteken vragen. Zolang het graf niet mag worden geruimd, blijft het gedenkteken eigendom van de rechthebbende of plaatser.
- Gemeentelijke uitvaart
- Uitvaart die de burgemeester regelt als niemand anders dat doet. De gemeente kan de kosten verhalen op de nalatenschap en daarna op onderhoudsplichtige familieleden.
- Grafakte
- Schriftelijk bewijs van het grafrecht, met onder meer de rechthebbende, de ligging van het graf en de termijn. Een grafrecht kan alleen schriftelijk worden gevestigd. Bewaar de akte bij uw belangrijke papieren.
- Grafrecht
- Het recht om in een bepaald graf te (laten) begraven en asbussen te (laten) bijzetten. In de wet heet dit het uitsluitend recht op een particulier graf. Het geldt voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd van minimaal tien jaar.
- Grafrust
- De periode waarin een graf niet mag worden geruimd. Wettelijk is dat minimaal tien jaar na de laatste begrafenis. Bij een particulier graf is zolang het recht loopt ook toestemming van de rechthebbende nodig om te ruimen.
- Houder van de begraafplaats
- De gemeente, kerkelijke instelling of andere organisatie of persoon die de begraafplaats beheert. De houder geeft grafrechten uit, houdt de administratie bij en beslist over ruimen.
- Kennelijke verwaarlozing
- Duidelijk achterstallig onderhoud van een graf, waar de rechthebbende verantwoordelijk voor is. De houder kan de rechthebbende een jaar geven om het te herstellen, of vijf jaar als niet zeker is dat de brief is aangekomen. Daarna kan het grafrecht vervallen.
- Knekelput
- Verzamelgraf waarin stoffelijke resten na het ruimen van graven worden herbegraven. Ook wel verzamelgraf of ossuarium genoemd.
- Lijkbezorging
- Wettelijke term voor het begraven of cremeren van een overledene, inclusief de bestemming van de as. Andere vormen, zoals resomeren, zijn nu nog niet toegestaan.
- Natuurbegraafplaats
- Begraafplaats in een natuurgebied waar graven voor onbepaalde tijd worden uitgegeven en de natuur voorop staat. Grafmonumenten en eigen beplanting zijn er meestal niet toegestaan. Juridisch is het meestal een bijzondere begraafplaats.
- Onbepaalde tijd
- Een grafrecht zonder einddatum, dat niet hoeft te worden verlengd. Het kan wel vervallen bij kennelijke verwaarlozing, of volgens de verordening als het na het overlijden van de rechthebbende niet tijdig wordt overgeschreven.
- Opdrachtgever
- Degene die de uitvaart of crematie regelt en de opdracht aan de uitvaartondernemer geeft. Die handelt naar de (vermoedelijke) wens van de overledene en beslist in beginsel over de asbestemming.
- Opgraven
- Het openen van een graf om een overledene elders te herbegraven of te cremeren. Daarvoor is een vergunning van de burgemeester nodig en bij een particulier graf toestemming van de rechthebbende.
- Overschrijven
- Het op naam van een nieuwe rechthebbende zetten van een grafrecht, bijvoorbeeld na het overlijden van de rechthebbende. Dit gaat niet vanzelf; de verordening stelt vaak een termijn van een jaar, soms korter.
- Particulier graf
- Graf waarop een uitsluitend recht rust: een rechthebbende bepaalt wie er wordt begraven of bijgezet. In de volksmond heet het ook eigen graf, koopgraf of familiegraf.
- Rechthebbende
- De persoon of rechtspersoon op wiens naam het grafrecht staat. De rechthebbende beslist over begraven en bijzetten, het gedenkteken en verlenging, en is verantwoordelijk voor het onderhoud dat niet bij de houder van de begraafplaats ligt.
- Resomeren
- Lijkbezorging waarbij het lichaam wordt ontbonden met water en loog (alkalische hydrolyse). In Nederland nog niet toegestaan. Een wetsvoorstel dat het mogelijk moet maken, ligt sinds september 2026 bij de Raad van State.
- Ruimen
- Het verwijderen van de stoffelijke resten uit een graf, zodat het opnieuw kan worden gebruikt. Alleen op last van de houder, na minimaal tien jaar grafrust, en bij een lopend grafrecht met toestemming van de rechthebbende.
- Schudden
- Het dieper leggen of samenvoegen van resten in een bestaand graf, zodat er ruimte komt voor een nieuwe begrafenis. Het is een zorgvuldige handeling die de beheerder uitvoert volgens de regels van de begraafplaats.
- Stichting Grafrust Nederland
- Stichting in oprichting, opgezet door Klaas Zondervan, die grafrechten overneemt en als rechthebbende zorgt voor continuïteit. Zij bereidt ook graven voor onbepaalde tijd en natuurbegraven voor.
- Uitsluitend recht
- De wettelijke term voor een grafrecht op een particulier graf. Het is geen eigendom van de grond en geen registergoed, maar een recht dat de houder schriftelijk verleent.
- Uitvaartverzekering
- Verzekering voor de kosten van een uitvaart. Een naturaverzekering levert diensten of goederen, een kapitaalverzekering keert een bedrag uit. Voor de erfbelasting gaat de uitkering af van de aftrekbare uitvaartkosten.
- Urnengraf
- Graf voor de bijzetting van een of meer urnen. Net als bij een gewoon graf kan er een grafrecht met een rechthebbende op rusten.
- Urnennis
- Afsluitbare ruimte in een urnenmuur of columbarium waarin een urn wordt geplaatst. De termijn en verlenging staan in de regels van de begraafplaats of het crematorium.
- Verlengen
- Het verlengen van een grafrecht voor bepaalde tijd. Dit gebeurt op verzoek van de rechthebbende, binnen twee jaar voor de einddatum, telkens voor minimaal vijf en maximaal twintig jaar.
- Verordening
- Zie beheersverordening. Bij een bijzondere begraafplaats heet de regeling meestal een reglement.
- Wet op de lijkbezorging
- De Nederlandse wet met de regels voor begraven, cremeren, begraafplaatsen, grafrechten en de bestemming van de as. Gemeenten en andere begraafplaatsen werken de regels verder uit in een verordening of reglement.
- Wilsbeschikking
- Vastlegging van uw wensen over uw eigen uitvaart, in een notariële akte of in een eigenhandig geschreven, gedateerde en ondertekende verklaring. Dit kan vanaf zestien jaar. De opdrachtgever van de uitvaart moet ernaar handelen, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
Mist u een begrip? Stel uw vraag in de chat of neem contact op.
Een graf dat niet verloren mag gaan?
Wij kijken met u naar het grafrecht, de regels van de begraafplaats en de mogelijkheden om het graf te behouden. U ontvangt een offerte op maat met heldere voorwaarden.