Na een overlijden moet er in korte tijd veel worden besloten. Meestal gaat dat in goed overleg. Maar soms denken partner, kinderen of broers en zussen verschillend over begraven of cremeren, over de plaats van het graf of over de toon van de afscheidsdienst. Wie heeft dan het laatste woord?
Geen rangorde onder nabestaanden
Veel mensen denken dat de partner beslist, of de oudste zoon, of degene die erfgenaam is. Dat staat nergens in de wet. De Wet op de lijkbezorging kent geen volgorde van familieleden die over de uitvaart mogen beslissen. Ook erfgenaam zijn of de rekening betalen geeft op zichzelf geen beslissingsrecht.
Wat de wet wel doet, is twee dingen vastleggen: wie de uitvaart in handen heeft, en naar welke maatstaf die persoon moet handelen.
De opdrachtgever handelt naar de wens van de overledene
Volgens artikel 18 van de Wet op de lijkbezorging ligt de lijkbezorging in handen van degene die het verlof tot begraven of cremeren aanvraagt, of van wie redelijkerwijs in diens plaats is getreden. In de praktijk is dat de opdrachtgever: de nabestaande die met de uitvaartondernemer afspraken maakt en de opdracht geeft.
Die opdrachtgever is niet vrij om te doen wat hij zelf wil. Hij moet handelen naar de wens van de overledene. Is die wens niet bekend, dan naar de vermoedelijke wens: wat de overledene waarschijnlijk had gewild, gezien wat hij of zij tijdens het leven heeft gezegd, gedaan en geloofd. Alleen als dat redelijkerwijs niet van de opdrachtgever kan worden gevergd, mag hij daarvan afwijken.
De bestemming van de as valt ook onder de lijkbezorging (artikel 18 lid 2). Ook daarover beslist dus de opdrachtgever, met dezelfde maatstaf. Meer daarover leest u in De as: wie beslist en wat mag ermee?
De sterkste stem: een wilsbeschikking
Wie zelf wil bepalen hoe het afscheid eruitziet, kan dat vastleggen in een wilsbeschikking over de eigen lijkbezorging (artikel 19 Wlb). Dat kan iedereen van 16 jaar of ouder, ook iemand die geen testament kan maken. De wet kent twee vormen:
- een notariële akte;
- een verklaring die u met de hand schrijft, dateert en ondertekent.
Een handgeschreven verklaring is dus voldoende, en kost niets. Een getypte en alleen ondertekende tekst voldoet niet aan deze vorm, al kan zo'n tekst wel helpen om uw vermoedelijke wens aan te tonen. Bijzonder is dat een algemene herroeping van uw testamenten deze eerder kenbaar gemaakte wens niet automatisch intrekt (artikel 19 lid 2).
In Uitvaartwensen vastleggen leest u hoe u dat praktisch aanpakt en wat u er het beste in kunt opnemen.
Als nabestaanden het niet eens worden
Lukt het niet om er samen uit te komen, dan kan een nabestaande naar de rechter, meestal in kort geding. Omdat een uitvaart niet kan wachten en niet terug te draaien is, beslist de rechter snel en toetst hij terughoudend. Hij kijkt vooral naar wat de overledene zelf wilde of vermoedelijk zou hebben gewild. Een schriftelijke wens, berichten, uitspraken tegenover vrienden of een levensovertuiging kunnen daarbij doorslaggevend zijn.
Rechters houden in hun afweging ook rekening met de belangen van alle nabestaanden. Zo zijn er uitspraken waarin de opdrachtgever de asbus kreeg, maar een deel van de as aan een ander familielid moest afgeven. Een gang naar de rechter is wel ingrijpend voor de onderlinge verhoudingen. Een gesprek met een neutrale derde, of mediation, is vaak de betere eerste stap.
Let op het onderscheid tussen de uitvaart en het graf. Over de uitvaart beslist de opdrachtgever. Wie er later nog in een particulier graf mag worden begraven, bepaalt de rechthebbende van het graf (artikel 23 lid 2 Wlb). Dat zijn niet altijd dezelfde personen.
Veelvoorkomende misverstanden
Een paar aannames die in de praktijk vaak tot spanning leiden:
- "De partner beslist altijd." Een partner heeft vaak de meeste zeggenschap in de praktijk, maar de wet kent geen voorrang. Ook de partner moet zich richten naar de (vermoedelijke) wens van de overledene.
- "Wie betaalt, bepaalt." Betalen geeft geen beslissingsrecht. Wel is de opdrachtgever tegenover de uitvaartondernemer aanspreekbaar voor de rekening.
- "Het testament regelt het." Een testament wordt vaak pas na de uitvaart geopend. Een wens die alleen in een testament staat, komt soms te laat.
- "Als we het oneens zijn, wacht alles." De wettelijke termijn loopt door: uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden moet de uitvaart plaatsvinden, tenzij de burgemeester uitstel verleent. Zie Binnen hoeveel dagen begraven of cremeren?
Wat dit voor u betekent
Wilt u voorkomen dat uw naasten in onzekerheid of onenigheid moeten beslissen? Schrijf dan uw wensen op, met de hand, met datum en handtekening, en vertel uw naasten waar u ze bewaart. Denk daarbij ook aan het graf: wie wordt rechthebbende, en wie zorgt er na uw overlijden voor dat het grafrecht niet ongemerkt vervalt? Daarover leest u meer in onze gids over grafrechten.
Dit artikel bevat algemene informatie. Speelt er bij u een concreet meningsverschil, neem dan gerust contact met ons op.
